Parkeren: een beknopt overzicht van de regels voor situaties zoals deze in Grimbergen zijn.
Hoe parkeer je een voertuig?
Steeds rechts ten opzichte van zijn rijrichting. Dus nooit in tegengestelde rijrichting. Er is wel een uitzondering als het een rijbaan is met eenrichtingsverkeer. Dan mag het wel om langs de ene of langs de andere kant te parkeren.
| Binnen bebouwde kom | Buiten bebouwde kom |
| TOEGELATEN | TOEGELATEN |
| Rechts ten opzichte van zijn rijrichting – nooit in tegenrichting. Indien het een rijbaan is met eenrichtingsverkeer, mag het voertuig wel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden. | Rechts ten opzichte van zijn rijrichting – nooit in tegenrichting. Indien het een rijbaan is met eenrichtingsverkeer, mag het voertuig wel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden. |
| Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden. Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden. Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan opgesteld worden. Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
| Op eender welke berm Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden. Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden. Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan opgesteld worden. Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
|
Het is verboden een voertuig te parkeren:
- op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
- op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
- voor de inrit/garage(s) van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrit is aangebracht;
- op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;
- op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
- wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden;
- buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht; B9

- op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht; E9a
E9b
- op de rijbaan langs de gele onderbroken streep;
- op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
- op de voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap, behalve dan voor de voertuigen van personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale parkeerkaart.
Verboden stilstaan en parkeren:
Stilstaan is de tijd die nodig is om personen te laten in- of uitstappen of voor het laden en lossen van goederen.
- op de voetpaden/trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behalve wanneer borden ter plaatse dit wel toelaten;
- op de fietspaden en op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
- op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 5 meter voor deze oversteekplaatsen;
- op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is;
- in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastgelegen rand van de dwarsrijbaan, behalve als dit anders is aangegeven door verkeersborden;
- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behalve als dit anders is aangegeven door verkeersborden;
- op minder dan 20 meter voor de verkeersborden;
- op de verhoogde inrichtingen (verkeersplateau), behalve als dit anders is aangegeven door verkeersborden.
Wanneer parkeren dient te gebeuren deels op de rijbaan en deels op de verharde berm, dient men tussen het voertuig en de private grens steeds een vrije ruimte van 1,50 meter te laten.
Bij parkeren op de rijbaan moet men dan weer vermijden dat men toch deels op de berm of voet-/fietspad gaat staan.

